Energiecafé 3

Energiecafé

Er bloeit wat in Lokeren. De Queesten van afgelopen zomer hebben iets wakker gemaakt. Mensen willen actie nemen om de dromen die geformuleerd werden waar te maken. Een van die acties is het Energiecafé.

Deze post heet “Energiecafé 3”. Door omstandigheden, kon ik immers niet aanwezig zijn bij de eerste twee edities, maar afgelopen woensdag tekende ik present. Hier wilde ik deel van uitmaken.

De initiatiefnemers Benjamin, Leni en Koen, toonden in een korte presentatie wat hun plannen zijn: een nieuwe Lokerse VZW oprichten om samen met burgers, verenigingen, overheden en bedrijven de klimaatproblematiek alvast in Lokeren concreet aan te pakken.

Hoe? Door anderen – waaronder zeker sociaal zwakkeren – te helpen bij het isoleren van hun woning, het plaatsen van zonnepanelen, zonnewering, etc. Door groepsaankopen te initiëren en te faciliteren. Door een aanspreekpunt te zijn, …

De VZW wil de politiek ook wakker schudden en tonen dat er een draagvlak is voor klimaatvriendelijke maatregelen.

De aanwezige deelnemers – zonder en met uiteenlopende politieke kleur – waren alvast enthousiast. Alweer kon niet iedereen erbij zijn. Het lijstje van verontschuldigden was vrij lang. Aan potentiële leden dus geen gebrek. Nu is het een kwestie van fondsen werven en opstarten.

Ik kijk erg uit naar de volgende stappen en fietste die avond dan ook enthousiast naar huis. Yes we can! Yes we will!

Wordt vervolgd!

Advertentie

Droogte in een overstromingsgebied

Ooievaar
De ooievaar: het symbool van De Buylaers

Het is begin juni 2014. Op een nacht breekt een zwaar onweer uit boven Lokeren. Hagelstenen zo groot als golfballen donderen uit de hemel. Een jonge moeder zit er middenin. Ze legt haar hele lichaam over haar kinderen in een poging om hen te beschermen.

Ze zal het niet overleven…

Begin juni 2019. Het is een stralend hete dag. In natuurgebied De Buylaers vergapen mensen zich aan de ooievaarsfamilie. Mama en papa ooievaar vliegen af en aan om hun 3 jongen van voedsel te voorzien. VZW Durme heeft voor de “opendeurdag” enkele sterke verrekijkers en telescopen opgesteld zodat iedereen in het nest kan kijken zonder de familie ooievaar te storen.

Wandeling
Op wandel met gids Thomas Van Lancker

Natuurgids Thomas Van Lancker van VZW Durme begeleidt een wandeling door het natuurgebied. Onderweg herinnert hij aan de hagelstorm van 5 jaar geleden. De kleine ooievaar die het overleefde is ondertussen volwassen en werd gespot in een ander reservaat. Zijn papa slaagde er met hulp van de vrijwilligers van de VZW toch in zijn jong groot te brengen zonder mama.

De ooievaars zijn op enkele jaren tijd uitgegroeid tot het symbool van dit natuurgebied. Ze spreken jong en oud aan. Fietsers en wandelaars langs de Durme houden vaak halt op de dijk om hen te bewonderen. Ze laten niemand koud.

Thomas leidt ons langs de Durmedijk naar de percelen waar de gele en paarse bloemetjes – die de Buylaers in de lente zo typeren – bijna overwoekerd zijn door het gras. Op een infobord staat een kleine kaart – een zogenaamde Ferraris kaart – met de oude loop van de Durme op.

Untitled design (2)

Vroeger lag de stad aan een kant van de Durme, de overkant was landbouwgebied. Door de velden liepen grachten die zorgden voor irrigatie. Later werd de Durme recht getrokken. De sporen van de oude Durmedijk zijn nog te zien in het landschap van de Buylaers, net als de grachtjes tussen de verschillende grasvelden.

Wat vroeger een heel groot gebied was met natte graslanden is nu gereduceerd tot 20Ha. VZW Durme heeft het kunnen behoeden voor verkaveling en onlangs hebben ze het laatste stukje dat nog in private handen was, aangekocht.

Met een actie op Facebook riepen ze mensen op om een stukje te sponsoren. Als 1000 Lokerse gezinnen € 40,00 schonken, kon het gebied worden betaald. De campagne werd een groot succes. Op de teaservraag of het gebied verkaveld moest worden of beschermd werd bijna unaniem geantwoord dat beschermen op zijn plaats was.

Nieuw stuk Buylaers
Het nieuwe stukje Buylaers

Ook de aankoop van het nieuwe stuk wordt vandaag gevierd. Thomas leidt ons naar het perceel en meteen valt het verschil met de rest van de Buylaers op: hier geen paarse en gele bloemetjes, maar een zee van gras. Een goed maaibeheer zal er in enkele jaren voor moeten zorgen dat de grond verarmd en er meer plaats is voor biodiversiteit.

De VZW is ook van plan een knuppelpad aan te leggen om wandelaars en joggers de gelegenheid te geven om een volledige toer te maken door de Buylaers. Het bestaande pad gaat immers niet volledig rond.

Inzamelactie
In tussentijd heeft VZW Durme bijna alle nodige giften ontvangen

Na afloop interviewen mijn collega van de 4de Queeste, Stephanie en ik Thomas over het belang van dit en andere natuurgebieden langs de Durme. Ze kunnen als buffergebied dienen wanneer de klimaatverandering zorgt voor extreme regenval en als door de zeespiegelstijging het tij verder in Vlaanderen doorstroomt.

Anderzijds heeft De Buylaers momenteel ook zeer te lijden onder de opeenvolgende droge zomers. Dit heeft nu al duidelijke gevolgen voor flora en fauna. Je hoort er meer over in het filmpje:

Interview Thomas
Klik op de foto om het filmpje op Youtube te bekijken

En de boer…

Tractor

“Er zijn vorig jaar 96 bioboeren bij gekomen,” zegt boerin Bé als we samen de affiche voor de startavond van het voedselteam ophangen, “Op zich is dat goed nieuws, maar de omzet is er niet groter op geworden.”

Ze kijkt ongerust en zucht: “de koek blijft even groot, maar er zijn meer boeren die er van moeten leven. Als het aantal klanten minder wordt, zullen we op zoek moeten naar andere inkomstenbronnen.”

Ik schrik. Het is een prachtige dag. Er heerst een gezellige drukte op de opendeurdag van Bioboerderij het Uilenbos. Boer Mich is net begonnen een groep mensen rond te leiden. De lucht is blauw en het zonnetje schijnt, al is er wel een frisse wind die ons af en toe doet rillen. Niets doet vermoeden dat er een donkere wolk boven deze boerenfamilie hangt.

Samen met mijn oudste zoon ben ik naar hier gekomen om een reportage te maken voor de 4de Queeste. Ik wil vooral weten of ze hier al last hebben van de klimaatverandering. Vorige zomer was het erg droog en ging een deel van de oogst verloren. Dit voorjaar waaide een van de tunnels weg door een storm.

Aardbei
De aardbeien in de tunnels kleuren al mooi rood

Mijn zoon trekt aan mijn mouw. Hij wil graag aardbeien plukken. Dus gaan we naar de tunnel met aardbeien om een kartonnen bakje te vullen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om wat foto’s te nemen. Wat zien die mooie rode vruchten er lekker uit. Even later kunnen we er al van smullen aan de picknick tafel. Het valt me op hoe idyllisch het hier is.

Mich is ondertussen aan het einde van de rondleiding gekomen. Ik hoor hem de woorden van Bé herhalen over het grotere aantal bioboeren voor dezelfde koek. Kleine landbouwers zoals hij, kunnen niet op investeringssteun rekenen. Enkel voor biolandbouw en het stukje zorgboerderij krijgen ze wat subsidies.

“Small is beautiful, big is subsidized,” legt hij uit. Het is een verwijzing naar een tekst van Steven Gorelick. Het gaat dan niet alleen om meer rechtstreekse steun die je krijgt als je groter bent, het gaat ook over de infrastructuur die groot aanmoedigt: de bouw van wegen, snelwegen, industrieparken en dergelijke.

Het gaat ook om belastingontwijkingstechnieken die grote spelers kunnen gebruiken. Of over externe kosten die niet doorgerekend worden bij transport vanuit Zuid-Europa, Azië of nog elders.

Nog steeds worden boeren aangemoedigd om de schaal te vergroten en schulden te maken voor grotere machines, grotere stallen, grotere velden. De concurrentie is moordend en hoe groter het aanbod, hoe lager de prijs die de boer krijgt op de veiling. Een vicieuze cirkel waar Mich niet in wil meestappen. Hij brengt zijn groenten niet naar de veiling, maar biedt ze aan in zijn hoevewinkel, via Voedselteams en via abonnementen.

Loods
De loods dient ook als locatie voor evenementen

Met succes. Vijftien jaar na de start hebben ze nu een grote loods waarin koelruimtes, een keuken met grote eetplaats en de winkel ondergebracht zijn. De loods wordt dikwijls verhuurd voor evenementen en in de hoevewinkel kan je verpakkingsvrij winkelen. Naast hun groeten en fruit bieden ze ook andere biologische voedingsmiddelen aan en ecologische wasproducten. Zo komen ze rond en kunnen ze ook een extra werkkracht betalen.

Ik stap naar Mich toe en vraag of ik hem voor de camera mag interviewen. Hij nodigt me uit om te filmen bij de volgende rondleiding en daarna het interview af te nemen.

In tussentijd kan ik met Mathias deelnemen aan de fotozoektocht die stagiair Elias heeft georganiseerd. Een groepje van een tiental kinderen doet enthousiast mee en holt door de velden van de ene naar de andere foto.

De fauna in de buurt komt uitgebreid aan bod. Zowel de dieren die de boer tegenwerken zoals de hazen, de houtduiven en de reeën, als de dieren die de boer helpen. Die zijn wat kleiner: het lieveheersbeestje en de regenworm.

zoektocht
De kinderen amuseren zich tijdens de fotozoektocht

Voor ik het weet, is het al tijd voor de rondleiding van Mich.

Hij neemt ons mee van de loods, naar de fruitbomen en van daar naar de aardappelvelden. Omdat ze niet willen spuiten tegen de aardappelschimmel – ook geen toegelaten biologische middelen zoals koper – moeten ze creatief zijn. Zo wisselden ze over de jaren heen al verschillende keren van aardappelvariëteit om de schimmel voor te zijn.

Blijkbaar blijft een ras maar een aantal jaren resistent omdat de schimmel zich aanpast. Het is een voortdurende strijd van de aardappelkwekers met de aardappelziektes. Gelukkig zijn er mensen die als hobby niet anders doen dan nieuwe soorten kweken en kijken of ze resistent zijn. Vaak is het een kwestie van geluk om een goede soort te vinden.

Mich legt uit dat hij een aantal meters onverbouwd laat om geen besmetting te krijgen van de boeren in zijn buurt, die wel sproeien. Jammer, want er zijn zo veel alternatieven.

Mich en Bé hebben houtkanten geplant, waar lieveheersbeestjes en sluipwespen zich thuis voelen. Zij kunnen de strijd aangaan met bladluizen en ander gespuis dat de groenten aantast. Die kleine helpers komen gratis op de houtkanten af. Hij hoeft ze niet te kopen, zoals sommige andere boeren doen.

Verder experimenteren ze ook met feromoonvallen die een specifiek beestje aantrekken, zoals een klein kevertje dat anders gaatjes maakt in de groenten. Of ze succes zullen hebben, moet nog blijken.

Maar ook de netten die over de velden zijn gelegd, helpen de gewassen beschermen tegen kleine en grotere plagen. Mich vind het bijvoorbeeld fantastisch om de reeën rond zijn boerderij te zien lopen, maar hij vind het minder leuk dat ze over de groentebedden lopen en gaten prikken in de netten met hun hoeven. Anderzijds maken die netten het hen wel minder gemakkelijk om groenten te stelen.

Vroeger werkten Mich en Bé heel veel manueel, maar ondertussen hebben ze enkele lichte tractoren en handige machines om het zaaien, planten en wieden vlotter te laten verlopen. Ecologisch boeren, wil niet zeggen dat je nieuwe technologieën niet kan omarmen.

Al weet Mich wel dat een tractor ook CO2 uitstoot en dus niet zo ecologisch is. Zonder zou het echter niet meer rendabel zijn. Hij vraagt zich af of het zou helpen om biobrandstof uitsluitend voor tractoren te gebruiken? Misschien iets om aan onze experten voor te leggen op onze 4de Queeste namiddag op 11 augustus in het Vagevuur.

Mich laat ons zijn plantmachine zien. Er kunnen drie mensen op zitten die allerlei soorten jonge plantjes in bekertjes droppen en zo sneller planten. Andere hulpmiddelen zijn minder high-tech, maar niettemin uiterst handig, zoals een karretje met een poreuze trommel om te zaaien terwijl je het voortduwt.

netten
Netten houden groot en klein “ongedierte” weg

De mensen die meegaan met de rondleiding luisteren aandachtig en stellen geïnteresseerd vragen. De sfeer is positief. Het lijkt hier zo goed te gaan. Maar juist dat geeft een knagend gevoel. Hoe moet het verder? Hoe krijgen we anderen mee in dit verhaal?

Na een deugddoend drankje, ga ik met Mich aan de picknicktafel zitten en stel ik mijn camera op. Mathias blijkt ondertussen in het nabije grasveld aan het spelen te zijn.

Inderdaad, de klimaatverandering baart Mich zorgen, al veel langer dan vandaag. Al van voor hij met het Uilenbos begon. De naburige traditionele boeren geloven er echter zo niet in. “Ach, het weer is altijd al extreem geweest,” zeggen ze dan.

In 2016 beleefden we de natste eerste jaarhelft ooit, terwijl het voorjaar en de zomer van 2018 dan weer uiterst droog waren. En er was de zware storm in maart dit jaar. Is dat de klimaatverandering die al zijn tol eist? “Ik denk het,” zegt Mich, “Maar ik kan het zelf niet bewijzen.” Hij zucht: “dat is de taak van de wetenschappers…”

“Landbouw zou een oplossing kunnen zijn. Als iedereen op een biologische manier zou boeren, met respect voor de bodem, kunnen onze velden veel meer koolstof opslaan. Daar zouden de subsidies naartoe moeten gaan.”

Maar ook de klanten moeten volgen. Er moeten meer afnemers komen voor de biologische landbouw. En zo komen we weer tot het begin van dit verhaal.

Bekijk hier het volledige interview:

film interview
Bekijk het interview met Mich op Youtube

 

Ren, Stefaan, ren

Klimaatpoezie video

En toen organiseerde Stefaan een speciaal verjaardagsfeestje. Hij vroeg zijn Facebook en andere vrienden om gedichten te komen voorlezen bij de hazen in Lokeren. En dan nog wel over het klimaat. Wie wou, kon hem daarna vergezellen voor een looptochtje voor het klimaat.

Die koude zonnige zondag in februari boden een 6-tal mensen zich aan. Maarten – de man die vertelde in onderaanneming te werken voor zijn vrouw, de Lokerse stadsdichter Leni – beet de spits af. De ander deelnemers mochten kiezen uit 3 gedichten. Ze kozen “Moeder Aarde”. Daardoor kwam niemand die dag te weten “waarom Trump zich vergist”, maar dat was niet erg.

De schoondochter van Stefaan had een tekst opgezocht die goed weergaf waarom zij voor een veganistische levensstijl had gekozen. Ze verontschuldigde zich vooraf voor de lengte ervan, maar de boodschap werd begrepen.

De volgende deelneemster had geen gedicht bij, maar een boek met uitleg over de klimaatverandering. Ze las het voor en vroeg toen om uit te leggen wat al die ingewikkelde termen nu eigenlijk betekenden.

Ik probeerde het wat te vertalen, vertrouwend op de kennis die ik had opgedaan door me in te lezen in de klimaatdossiers van de kranten (opvallend hoe veel artikels de klimaatspijbelaars hebben doen schrijven).

 

 

Klimaatpoezie 2

Toen droeg Mieke haar gedicht voor over de ogenschijnlijke voordelen van warmer weer en de vreselijke schaduwkant er van.

Stefaan las daarna zelf nog een aantal gedichten voor die hij had gekregen van collega’s en vrienden. Iemand had zelfs al voorzien dat hij zou gaan lopen.

Als laatste droeg ik de Schreeuw voor. En daarna warmden Stefaan, Mieke en Mathias zich op om te gaan lopen.

Een dag later haalden we de krant.

Klimaatpoezie

Op het werk

“Hoe vaak praat u echt met iemand met een ander mening,” vraagt de krant De Standaard zich af. Wel op het werk in Lokeren gebeurt dat wel eens. Onlangs ging het over de klimaatverandering. Het gesprek verliep toen ongeveer zo:

“Ik praat niet graag over de klimaatverandering want dan word ik scheef bekeken,” zegt mijn collega A. tijdens de lunch. “Waarom word je dan scheef bekeken,” vraag ik nieuwsgierig? “Omdat ik vind dat kernenergie de oplossing is,” zegt hij. “Sommige mensen worden kwaad als ik dat durf voorstellen.”

Kernenergie
Photo by Frédéric Paulussen on Unsplash

“Ze noemen mij een ‘negationist’. Terwijl ik helemaal niet denk zoals Dedecker hé. Ik denk gewoon dat niemand een windmolen in zijn achtertuin wil.”

“Niemand wil ook nucleair afval in zijn achtertuin,” mompel ik.

“Ik vind dat Jean-Marie Dedecker toch vaak zinnige dingen zegt,” komt collega B. naast mij tussen. “Misschien, maar over het klimaat slaat hij de bal toch volledig mis,” werp ik tegen. “Komaan er is wetenschappelijke consensus over. Je kunt het licht van de zon toch niet ontkennen?”

“OK,” zegt collega C, “maar is het eigenlijk niet al te laat.” “Tja,” antwoord ik, “de gemiddelde temperatuur is al met 1 graad gestegen. Maar als we helemaal niets doen, gaan we gegarandeerd naar 8 graden stijging. Dan is het over en out en sterven we uit. Er moet iets gebeuren. Zo snel mogelijk.”

“Maar als klein land is onze inbreng toch verwaarloosbaar. Het gaat van China en de VS moeten komen,” zegt C. “Tja, als alle kleinere landen zo gaan denken,” antwoord ik, “komen we er zeker niet. Economisch is dat ook in ons nadeel, want dan lopen we een technologische achterstand op.”

“Ja maar, men vraagt ons wel om onze vrijheid op te geven. Straks mogen we niet meer met de auto rijden,” zegt A. “Wil jij je auto opgeven?” “Euh, ik rijd zelden nog met de auto. Meestal neem ik de fiets.”

“En hoe ga jij dan op vakantie,” vraagt C.? “Met de auto. Maar dat is voor die bestemming de enige mogelijkheid. Mocht er een goede treinverbinding zijn… Maar naar sommige plaatsen kan je enkel per auto of per vliegtuig. Dan heb je als persoon geen keuze. Voor die keuzemogelijkheden moet de overheid zorgen en de technologie….”

“Maar wil ik die autovakantie opgeven? Als ik denk aan mijn kinderen: als zij even oud zijn als ik –  in 2030 – zullen er al heel veel grote gevolgen merkbaar zijn. Om dat te vermijden, om hen ook een goed leven te gunnen… Daarvoor ben ik bereid om heel wat op te geven.”

File
Photo by Nabeel Syed on Unsplash

“Anderzijds: wie zal er om treuren als we het fileprobleem oplossen. Dat zou toch een prettig gevolg zijn?” Collega A en C knikken.

“Ondertussen mogen die kinderen wel stoppen met staken, vind ik,” zegt collega D, die wat verder aan de tafel zit. “We weten het nu wel al. Ze zouden beter gewoon naar school gaan. Waarom doen ze geen acties op school zelf of in het weekend?”

“Dan hadden ze wellicht nooit zo veel aandacht gekregen als nu. Heb je al eens gezien hoe veel krantenartikels er sinds de eerste staking over het onderwerp geschreven zijn,” vraag ik.

“OK, maar er zijn er toch heel wat die gewoon mee doen om een dagje vrij van school te hebben. Als het in het weekend zou zijn, zouden er zo veel niet mee doen hoor,” zegt D.

“Toch wel,” spreek ik haar tegen, “in het laatste weekend van januari waren we met 70.000.” “Dat waren toch vooral gezinnen met kinderen, hoor-,” repliceert D. “Maar nee, daar liepen juist ook heel veel jongeren mee,” zeg ik. “Ik heb ze zelf gezien. Iedereen was verontwaardigd omdat België in Polen tegen het klimaatakkoord heeft gestemd.”

Klimaatmars - red light

“En de politici luisteren nog steeds niet. Daarom blijven die jongeren verder doen. En ze hebben gelijk.”

“Ja maar, ze zijn zogezegd voor het milieu, maar ze hebben wel allemaal een smartphone,” zegt A daarop, zwaaiend met zijn eigen smartphone. “Als je ziet wat daar allemaal in zit.”

“Ik heb een keer een documentaire gezien over Nigeria,” gaat hij door. “Daar wordt een heleboel van ons computerafval naartoe verscheept om de mensen daar de minuscule resten edelmetalen zoals goud te laten uithalen. Kinderen lopen op blote voeten door die vuilnisbelten. Hallucinant.”

“Ja,” beaam ik. “En er is meer. Voor die zeldzame aarden in onze telefoons en andere elektronica worden burgeroorlogen uitgevochten in Afrika. Denk maar aan Congo en coltan.”

“Maar het is niet allemaal kommer en kwel in Afrika,” nuanceer ik. “Sommige landen zijn voorloper op milieugebied. Ik geloof dat ze in Kenia plastic zakjes als een van de eerste landen verboden hebben.”

“Ja maar, Kenia is ook het land waar ze boontjes en snijbloemen kweken voor onze markt,” zegt A. “Hoe veel CO2 uitstoot gaat er niet gepaard met het transport daarvan naar hier? Maar wij zijn het zo gewend geraakt hé. Het is moeilijk om daarvan terug te keren.”

“En voor heel veel mensen in Kenia is dat hun inkomen. Zij moeten toch ook hun kinderen groot kunnen brengen,” zegt collega B.

e-waste

“Op korte termijn is dat inderdaad logisch,” antwoord ik. “Maar door de klimaatverandering loopt dat soort monoculturen enorm gevaar. Als de oogst mislukt, hebben die mensen niets om op terug te vallen. Dat zou anders zijn als ze diverser gewassen teelden voor hun binnenlandse markt.

Maar ik snap dat denken op de lange termijn voor iedereen moeilijk is. Klimaatverandering zal vooral spelen in de toekomst en dat maakt het moeilijker te bevatten.”

“En in België zit je ook met een heel moeilijke besluitvorming door de complexiteit van dit land met al zijn regeringen. Een onafhankelijk Vlaanderen zou makkelijker beslissingen kunnen nemen,” aldus B.

“Is overbevolking niet eerder het probleem. Met hoe veel zijn we nu? Zes à zeven miljard,” vraagt collega C? “Inderdaad. Maar je kunt moeilijk mensen gaan afknallen voor het klimaat, hé,” zeg ik sarcastisch. “Een betere optie is investeren in onderwijs voor vrouwen en meisjes en in toegang tot anticonceptie. Dan gaat geboortebeperking veel breder ingang vinden.”

“Maar die pillen moeten toch ook met een vervuilende vrachtwagen naar de derde wereld,” grapt collega E verder aan tafel (het is een lange tafel).

Ik negeer hem: “Je mag anderzijds ook niet vergeten dat een kind dat in België wordt geboren een veel grotere voetafdruk heeft dat een kind dat in de Derde Wereld wordt geboren.”

“Er is toch al wat verbetering,” zegt collega D. We eten in België toch al veel minder vlees dan vroeger.” “Misschien,” zeg ik, “maar ik las laatst hoe veel dieren er dagelijks in België geslacht worden en ik moest toch even slikken. Bovendien hoor je vaker en vaker over de wantoestanden die met intensieve veeteelt gepaard gaan.”

“Ja maar, dat zijn wel dieren die gekweekt worden om als vlees te dienen, zegt D.” “En dan,” vraag ik, “verdienen die het niet om waardig behandeld te worden tijdens hun korte leven?” “Ja, natuurlijk wel, maar…” “Ik denk dat er in ons land toch streng gecontroleerd wordt hoor,” komt collega B tussen.

veeteelt

“Maar toch komen er zo vaak wantoestanden naar boven,” werp ik tegen. “Bovendien zitten we hier met een enorm mestprobleem omdat we zo veel dieren kweken voor de export. Het oppervlaktewater zit vol nitraat en het kost handenvol geld om dat er uit te filteren.”

“Dan is het toch opvallend dat een heleboel van die spijbelende jongeren naar de McDonalds gaan na afloop? Dat bewijst toch dat ze niet weten waarvoor ze betogen,” argumenteert D.

“Ik vind het erg dat ze zich zo laten manipuleren door rood en groen,” zegt B. “Je zal zien: na de verkiezingen zal het wel gedaan zijn.”

Ik schud mijn hooft: “Ik geloof niet dat die jongeren zich laten manipuleren. Hun bezorgdheid is terecht en de wetenschap staat achter hen.”

“Dat denk ik nu ook wel,” zegt D. “De voortrekkers, Anuna en co, die gaan er echt wel voor. Je ziet dat die geëngageerd zijn. Maar toch zou ik liever hebben dat ze protesteren buiten de schooluren.”

“Dan krijgt het protest geen aandacht, vrees ik,” herhaal ik nog eens.

En dan is het tijd om terug aan het werk te gaan…

Beste Lokeraars, praten jullie op het werk of op school over de klimaatveradering? Plaats een reactie of maak ook een stukje voor deze blog. Het mag ook in de vorm van een filmpje.